"Dwanger" is afkomstig van het woord dwangneurose. Het is een soort verbastering van het woord, een populaire term in het wereidje van psychotherapeuten en patiënten.
Wat wordt er verstaan onder dwangneurose?Eigenlijk wordt daaronder verstaan dat je je gedwongen voelt een bepaalde handeling uit te voeren, of op een bepaalde manier te denken. De nadruk ligt dus op dwang, wat iets anders is dan drang. Drang is iets wat je van binnenuit voelt, iets wat vanuit jezelf komt. Die dwang voelt aan als iets wat niet van jou is. Het zit natuurlijk wel in jezelf, maar je hebt het gevoel alsof een enorme kracht buiten jou je ertoe aanzet die dwanghandelingen uit te voeren. Sommige "dwangers" hebben soms ook letterlijk een tijd het idee gehad dat ze bestuurd werden door één of andere buitenaardse macht. Je gaat rare dingen denken als je niet weet wat er aan de hand is.
Kun je een voolbeeld geven van zo'n dwangneurose?
Wel, een bekend voorbeeld zijn de mensen die de hele dag wassen, poetsen en schoonmaken; de zogenaamde "washers". Zij lijden aan wasdwang. Je hebt daar ook weer allerlei soorten in. Je hebt mensen die zich vooral richten op het huishouden en waarbij het huis dus eigenlijk elke dag aan de grote schoonmaak wordt onderworpen. In de ergste gevallen komen ze nergens anders meer aan toe en worden ook de andere gezinsleden verplicht niets vuil te maken -anders is bet hek van de dam. En je hebt anderen die vooral zichzelf voortdurend wassen. Ik heb een jongen ontmoet, die was iedere ochtend zes (!) uur bezig met zijn handen te wassen. Je kunt je voorstellen dat dat je leven volledig ontwricht.
Een andere grote categorie zijn de controleurs, daar behoor(de) ik toe. Die zijn de hele dag bezig met het controleren van gaskranen, waterkranen, het licht, de deur -kijken of alles wel goed dicht of uit is.
En dan heb je nog een groep die meer lijdt aan zogenaamde obsessies:
volledig gefixeerd zijn op alles wat met de dood te maken heeft, bijvoorbeeld; alle rouwadvertenties moeten lezen, etc. Die obsessies kunnen ook zeer bizarre vormen aannemen. Ik heb ooit wel eens iets gelezen over een vrouw die het nodig vond al haar meubels met een laag poedersuiker te bedekken, daarna werd ze pas enigszins rustig.
Het klinkt soms heel grappig allemaal, bijna te gek voor woorden, maar in wezen is het eigenlijk heel tragisch; "dwangers" zijn verder in ieder opzicht volkomen normale weldenkende mensen. Boven het gemiddelde intelligent vaak zelfs.
Daarover zijn de meningen verdeeld, ook -vooral- in de wetenschappelijke wereld. De één zegt dat het vooral een erfelijke aangelegenheid is, vooral omdat dwangneurose regelmatig bij meerdere personen binnen een gezin voorkomt, en om diezelfde redenen zeggen anderen weer dat het aangeleerd gedrag is. En of het verder een lichamelijke of een psychische stoornis is, is ook nog niet duidelijk. Wel is bekend dat bepaalde medicijnen die ook goed werken bij depressiviteit een positieve invloed kunnen bebben op de stoornis. Probleem is alleen dat de kwaal meestal weer terugkomt als gestopt wordt met de medicijnen en dat het ook lang niet bij iedereen werkt.
Kortom, de waarheid zal wel ergens in het midden liggen. In ieder geval is wel duidelijk dat mensen met een bepaalde persoonlijkheidsstruktuur een grotere kans maken om last te krijgen van een dwangneurose. Vooral perfectionisten, die veelal de neiging hebben alles in zwart/wit te zien, en daarbij ook nog problemen hebben met hun emoties om te gaan (vooral verdriet en woede) lopen een grotere kans.
Nou, toen ik er eenmaal achter kwam wat dwangneurose inhield, kon ik me herinneren dat ik vanaf mijn twaalfde regelmatig korte periodes van 'dwangen" heb gehad. Ik heb bijvoorbeeld een periode gehad dat er voortdurend liedjes van de radio in mijn hoofd bleven hangen. Iedereen kent dat wel, maar ik had het toen weken achter elkaar. Ik heb ook een tijd gehad dat sleutels recht in hun slot moesten zitten, als er dan eentje scheef stond, moest ik hem gewoon recht draaien.
Daar ben ik allemaal na verloop van tijd op eigen kracht weer vanaf gekomen. Maar het probleem was dat de wortels gewoon bleven liggen. op een gegeven moment ben ik gaan werken als programmeur bij een bedrijf. Dat ging in het begin goed, maar na een jaar kwam er een reorganisatie met als gevolg dat er vijf man van de automatiseringsafdeling verdwenen en alleen ik en mijn chef overbleven -en ik was de enige programmeur. Ik had dus eigenlijk nog maar één jaar echt ervaring, en toen kreeg ik plotseling een enorme verantwoordelijkheid op me geworpen; het hele bedrijf was toch min of meer afhankelijk van de computer. En aangezien je het bij computerprogramma's alleen maar goed of fout kunt doen (als ie goed is, werkt ie, anders gewoon niet) ontstond er al snel de drang om twee keer te gaan controleren of mijn werk wel goed was.
Het duurde niet lang of die drang ging ongemerkt over in een dwang; ik werd steeds onzekerder, en ik moest gewoon ieder eind van de dag kijken of ik niet iets fout had gedaan. Een extra nadeel (of voordeel, het is maar hoe je het bekijkt) was dat ik heel erg zelfstandig kon werken, zodat ik makkelijk mijn dwanggedrag voor anderen verborgen kon houden. Want je weet wel dat er iets niet goed is, maar je schaamt je ervoor, en je hoopt ook dat het vanzelf weer overgaat, wat natuurlijk niet zo is.
Al gauw ging het van kwaad tot erger, ik moest steeds meer controleren, en ik deed steeds langer over mijn werk. Daarnaast nam ik die dwang ook mee naar huis. Ik voelde me genoodzaakt om 's avonds voor het naar bed gaan de gaskraan te controleren, de waterkranen, of het licht wel echt uit was, en de deuren op slot.
Je ziet namelijk in gedachten -en dat gaat zo razendsnel dat je het je niet eens bewust bent- allemaal vreselijke rampen gebeuren, als die dingen niet goed dicht zitten, of uit zijn: branden, overstromingen, inbraak, verzin het maar. En het is dan allemaal jouw schuld, want dat is de grootste angst. "Dwangers" zijn doodsbang om fouten te maken, lijden aan een enorme faalangst, en ze proberen die angst te beteugelen door extra te gaan controleren.
Het probleem is alleen dat je ondanks -of juist door- dat controleren steeds onzekerder wordt. Zo erg zelfs dat je op een bepaald moment ophoudt je eigen zintuigen te vertrouwen. Je hebt gezien en gevoeld dat bijvoorbeeld een deur op slot zit, maar op één of andere manier overtuigt het je niet; en dus moet je nog een keer voelen, en nog een keer ....... Dat kan wel tien, vijftien keer gebeuren. En zelfs dan ben je er in je gedachten nog steeds mee bezig. Je leeft eigenlijk voortdurend in onzekerheid.
Tja, ik wist het al die tijd verborgen te houden, maar het werd op een een geven moment zo erg dat ik het toetsenbord van mijn computer niet meer durfde aan te raken, zo bang was ik dat ik iets fout zou doen. Toen heb ik het mijn chef verteld, en ik moet zeggen, het was wel een opluchting dat ik het iemand kon vertellen; ik was niet meer zo alleen.
Ik ben toen naar mijn huisarts gegaan, en die raadde me aan eerst een weekje rustig thuis te blijven. Maar na een week was het natuurlijk niet vanzelf verdwenen. Ze heeft me toen direkt naar het Riagg gestuurd, en na één gesprek hebben zij me geadviseerd me op te laten nemen in een psychotherapeutische kilniek. Dat was een moeilijke beslissing voor me, maar ik heb het uiteindelijk toch gedaan. En daar ben ik wel blij om.
Het belangrijkste voor mij was dat ik weer onder de mensen was. Door die dwangneurose verlies je langzaam maar zeker de behoefte om met mensen om te gaan, omdat je je er voor schaamt, je steeds depressiever wordt en er veel tijd in gaat zitten. Dáár kwam ik terecht in een groep van negen anderen die ook allemaal problemen hadden, en waar je gewoon mee kon praten. Het wegraken uit die eenzaamheid is heel erg belangrijk.
Verder was er natuurlijk een persoonlijk gerichte therapie, en die hield in mijn geval in dat ik iedere keer als ik gecontroleerd had op moest schrijven wat ik had gevoeld en had gedacht; zo werd ik me langzaam maar zeker bewust van de emoties en gedachten die verbonden waren met het dwangen. Eigenlijk is het "dwangen' een soort vlucht voor emoties waar je bang voor bent en die je niet durft te uiten, zoals woede en verdriet. In mijn geval had dat veel te maken met mijn moeder, die verongelukt was toen ik vijf jaar oud was, en wiens dood ik nooit had verwerkt. Ik had haar gewoon verdrongen uit mijn bewustzijn, maar ondertussen was mijn pijn nog steeds aanwezig, en die kwam op die verwrongen manier naar buiten.
Ik ben dus op zoek gegaan naar wie mijn moeder nou was, wat ze voor me betekend had, en wat mijn gevoelens voor haar waren. Dat was soms heel erg pijnlijk, maar het heeft wel geholpen. Ze "leeft" nu weer voor mij, en de wonden kunnen helen.
Een ander belangrijk punt was in te leren zien dat fouten maken mag, en zelfvertrouwen op te bouwen, iets wat ik toen zeker niet had. Zelfvertrouwen is per slot van rekening de basis van ieder gezond mens.
Goed. Het "dwangen" Is bijna volledig verdwenen, laten we zeggen voor 95%. Zoveel dat het me niet meer belemmert in mijn leven. De tijd nadat ik uit therapie kwam, was moeilijk, je valt in een gat, maar ik ben teruggegaan naar mijn werk -hoewel ik daar heel erg tegenop zag- en het ging uiteindelijk beter dan ooit.
Ik heb me toch nog een aantal jaren innerlijk onrustig gevoeld, moeten vechten tegen mezelf, maar een jaar geleden ben ik begonnen aan meditatie, en ik moet zeggen, dat heeft me enorm geholpen de rust in mezelf te vinden die ik nooit had.