'De vrouw die haar meubels met suiker bestrooide'
Judith L. Rapoport
'Dwangmatigheid' en 'obsessief' zijn alledaagse woorden geworden."Ik doe het dwangmatig," zeggen mijn vrienden over hun behoefte aan ordelijkheid,sluitende rekeningen,stiptheid en schoenen die keurig op een rij in de kast staan."Hij gedraagt zich zo gedwongen" is een beknopte manier om te zeggen dat iemand gespannen,beheerst en saai is."Hij is een obsessie voor haar" kunt u zeggen van een vriendin die tot over haar oren verliefd is.Zo worden deze woorden NIET toegepast bij de omschrijving van OCD, een merkwaardige en fascinerende ziekte waarbij rituelen en onzekerheden alle perken te buiten gaan.OCD kan plotseling opkomen en wordt vanaf het begin meestal als een probleem ervaren.Sinds 1972 verdiep ik me in deze opmerkelijke ziekte en pas ik behandelingen toe.Wanneer de denkbeelden en rituelen die met OCD gepaard gaan als zeer intens worden ervaren,raken werk en gezinsleven ontwricht.Bij hevige dwangneurosen wordt iedere dag beheerst door eindeloze rituelen.De meest verwrongen obsessies veroorzaken absurde,beschamende of angstwekkende gedachten,die in een vicieuze cirkel door de geest blijven dwalen.OCD is een ernstige ziekte en komt veel vaker voor dan we ooit dachten.In de Verenigde Staten lijden meer dan vier miljoen mensen aan de ziekmakende gedachten en rituelen die kenmerkend zijn voor OCD.Vreemd genoeg houden de meeste OCD-lijders hun kwellingen verborgen voor de buitenwereld. OCD is ook iets anders dan de normale vormen van bijgeloof.Veel mensen geloven in geluksgetallen, vermijden het om onder ladders door te lopen,laten paraplu's binnenshuis ingeklapt of kloppen woorden af op ongeverfd hout. De rituelen van mijn patiënten gaan veel verder dan deze veel voorkomende vormen van bijgeloof en gewoonten en lijken een geheel ander probleem te vormen.Eigenlijk zijn mijn patiënten,als groep,niet bijzonder bijgelovig.Vaste gewoonten zijn in zekere zin nuttig en we kunnen ze desgewenst veranderen.Maar OCD-patiënten hebben rituelen of gedachten die -en dat weten ze zelf- zinloos zijn en dagelijks vele uren opeisen van kostbare tijd die was bestemd voor studie,werk of vrije tijd.Hoewel ze elkaar nooit hebben ontmoet,zouden zij hetzelfde zonderlinge script gelezen kunnen hebben. Ik ben medicus,kinderpsychiater,en onderzoeker aan het National Institute of Mental Health in Bethesda,Maryland.Geen van de vele psychiatrische onderzoeken die ik sinds 1962 heb verricht en geen van de vele ongewone gevallen die ik heb behandeld,zijn vergelijkbaar met de boeiende dramatiek van OCD. Onzinnige gedachten dringen zich volkomen onverwacht op aan de geest,telkens en telkens weer,en bepaalde 'magische' handelingen worden tot in het oneindige herhaald.Voor sommige hebben die gedachten geen enkele betekenis(bijvoorbeeld een of meer getallen),voor anderen zijn het sterk emotionele ideeen,zoals:"Ik heb zojuist iemand vermoord".Het dagelijks binnendringen in het bewustzijn van dergelijke intense,steeds terugkerende en voor het slachtoffer weerzinwekkende,absurde en onwezenlijke gedachten is een dramatische en opmerkelijke belevenis.JE KUNT ZE NIET UIT JE GEEST BANNEN - dat is het kenmerk van obsessies.
Sommige patiënten zijn 'controleurs':zij controleren lichten,deuren,sloten -tien,twintig,honderd keer- of herhalen voortdurend ongewone handelingen.Anderen besteden uren aan onbelangrijke symmetrie: schoenveters moeten precies even lang zijn,wenkbrauwen moeten tot op de haar aan elkaar gelijk zijn.Maar heel vaak is de patiënt een 'wasser' die het gevoel heeft dat hij zich steeds weer moet wassen.Al deze problemen hebben gemeenschappelijke kenmerken:je kunt niet vertrouwen op je normale gezonde verstand,je kunt niet vertrouwen op je ogen als die geen vuil zien,je kunt niet echt geloven dat de deur op slot is.Je weet dat je niets hebt nagelaten,maar ondanks die wetenschap moet je toch gaan controleren en tellen.JE KUNT DE GEDACHTE NIET VAN JE AF ZETTEN.De dwanghandeling komt telkens terug en je vraagt jezelf af:weet ik het wel zeker? Ik heb nog steeds het gevoel dat er iets niet in orde is. De dwangmatige noodzaak tot herhaling van onbeduidende en heimelijke of van omslachtige en in het oog lopende rituelen die onzinnig en zonderling zijn,is aangrijpend en frappant.Dit is het kenmerk van dwanghandelingen. Tijdens ons normale functioneren voeren we waarschijnlijk onafgebroken talloze controles uit -als een soort radarsysteem- ,maar we zouden niet tegelijkertijd dat bewust kunnen doen èn efficiënt kunnen handelen.Bij mensen met dwangneurosen is er een stoornis opgetreden in dit proces en wordt de gebruikelijke afsluiting (mijn handen zijn heus schoon genoeg,ik heb gezien dat het gas echt uit was,de deur was werkelijk op slot) niet doorgegeven.Iedere dag wordt het leven getiranniseerd door twijfels,twijfels die leiden tot zinloze handelingen en rituelen.
Doordat ik me zo verdiepte in het leven van mijn patiënten,heb ik mijn eigen 'dwangmatige' handelingen ook eens nauwkeurig onder de loep genomen.Ook ik controleer de deur en het gas,maar niet op een overdreven manier.Hoe weet ik wanneer ik moet ophouden? In het sociale leven zijn we allemaal controleurs.Wanneer een vriend wekenlang niets van zich heeft laten horen,zijn onze eerste gedachten: wat heb ik verkeerd gedaan? Is hij of zij kwaad op mij? Was ik bij onze laatste ontmoeting te agressief, te opdringerig, te sarcastisch?(Vul zelf in wat voor u van toepassing kan zijn.) Later blijkt bijna altijd dat de bewuste vriend het druk heeft gehad of zelf problemen had.Maar dicht onder de oppervlakte zijn we allemaal hardnekkige controleurs. De ziekte stelt ons voor problemen die een beroep doen op ieder aspect van mijn vroegere opleiding -een studie met als hoofdvakken psychologie en Engelse literatuur,en een medische opleiding aan de Harvard Medical School,waarbij de aandacht vooral uitging naar neurologie en psychiatrie.Aan het Swarthmore College leerde de psycholoog Wolfgang Kohler me de hersenfuncties niet zo zeer te beschouwen als alleen maar zintuiglijke of motorische uitingen, maar als complexe systemen.Tijdens mijn medische studie en mijn klinische opleidingsperiode in de psychiatrie raakte ik gefascineerd door de wijze waarop met de toen nieuwe medicamenteuze behandelingen opvallend goede resultaten werden bereikt waar andere psychologische behandelingen faalden. De opleiding van enkele maanden aan de kliniek voor neurologische ziekten in Londen die algemeen bekent staat als Queen's Square stimuleerde mijn belangstelling(sommige zouden het een obsessie noemen) voor de geest en de hersenen.Om deze ziekte te kunnen bestuderen moest ik gebruik maken van mijn opleiding in de psychiatrie en de geneeskunde,omdat beide van essentieel belang zijn bij de behandeling van OCD. De ziekte doet zich voor bij een aantal van de meest bekwame,gevoelige en begaafde mensen die ik ooit heb ontmoet.Ze kunnen in andere opzichten normaal functioneren en zijn in staat een goede huwelijkspartner,vriend of vriendin te zijn.Dat alles maakt het werken met OCD-patiënten bijzonder dankbaar en,als hun toestand ernstig is,uiterst moeilijk.
Hoewel de Amerikaanse bevolking nauwelijks op de hoogte is van het bestaan van de ziekte,zijn er vooraanstaande personen geweest die aan OCD hebben geleden.Samuel Johnson(1709-1784), de belangrijkste literator uit zijn tijd - dichter,toneelschrijver,biograaf en geleerde - leed aan een bepaalde variant van deze ziekte.Frances Reynolds,een vriendin van Johnson, beschreef op aanschouwelijke wijze de ongewone manier waarop hij een huis betrad:
"En evenmin heeft iemand,voor zover ik weet,ooit een
beschrijving gegeven van de zonderlinge en lavhwekkende gebaren
die hij met zijn handen maakte wanneer hij over de drempel van
een deur stapte,of liever gezegd vóórdat hij door onverschillig
welke deuropening liep.
Wanneer hij sir Joshua's huis binnenging met de arme mevrouw
Williams,een blinde dame die bij hem inwoonde,liet hij altijd
haar hand los of draaide haar op het bordes rond terwijl hij zelf
in een snelle rondedans zijn gebaren uitvoerde.Zodra hij daarmee
klaar was,sprong hij plotseling in de lucht en stapte met zijn
grote pas de drempel over dat het leek alsof hij een weddenschap
had afgesloten om te laten zien hoe ver hij kon komen.Mevrouw
Williams bleef met onzeker tastende handen buiten staan,meestal
tot de bediende of de vrouw des huizes zich over haar ontfermde
en haar naar binnen leidde,terwijl dr.Johnson ondertussen
hetzelfde ritueel herhaalde voor de deur van de salon."
Johnsons biograaf,James Boswell,ging in een kroniek op deze rituelen in:
Hij had nog een andere eigenaardigheid,iets waarvoor geen van zijn vrienden hem een verklaring durfde te vragen.Het kwam op mij over als een bijgelovige gewoonte,waarmee hij lang geleden was begonnen en die hij nooit had geanalyseerd met het doel ermee te kunnen stoppen.Het ging om het volgende: als hij door een deur of een andere ingang naar binnen of naar buiten ging,moest hij dat doen in een bepaald aantal stappen vanaf een bepaalde plaats,of in ieder geval zodanig dat zijn rechter- of zijn linkervoet (ik weet niet zeker welke het was) altijd de eerste echte beweging maakte wanneer hij dicht bij de deur of de ingang kwam.
Voorts wordt beschreven dat Johnson nooit op de voegen tussen
de straatstenen wilde stappen en tijdens wandelingen altijd
iedere paal langs de weg aanraakte. Als hij een paal miste,liet
hij zijn vrienden wachten en ging terug om de handeling alsnog
uit te voeren.
Terwijl velen meenden dat deze gedragingen bij Johnsons
persoonlijkheid hoorden of slechts de excentrieke uitingen waren
van een groot genie,was Boswell van mening dat deze steeds
terugkerende eigenaardigheden 'stuipachtig van aard' waren,en
later vroegen theoretici zich af of obsessies tics van de geest
konden zijn.We kennen allemaal de gewone motorische
zenuwtrekjes,vaak het samentrekken van een oog of een ander deel
van het gezicht,waar niets tegen te doen is en die hardnekkig
doorgaan. Maar kan een steeds terugkerende gedachte een tic zijn?
Boswells suggestie dat Johnsons gedragingen deden denken aan
stuiptrekkingen,liep vooruit op onze biologische belangstelling
voor obsessies en dwangneurosen. Een van de huidige opvattingen
is dat deze ziekte wordt veroorzaakt door 'vonkjes', een soort
hik in de hersenen.Kunnen steeds terugkerende gedachten en
onverbrekelijke gewoonten worden veroorzaakt door kortsluiting
van electrische activiteit in de hersenen? Als dat het geval
is,dan zouden dwangneurosen vergeleken kunnen worden met tics,
die bijna zeker ontstaan door het ketsen van hersencellen.
Howard Hughes leed aan een bijzondere vorm van OCD,waarbij
zijn bezetenheid ten aanzien van bacteriën leidde tot een bizar
leven van vuil en verwaarlozing. Hughes was al sinds zijn jeugd
bang voor bacteriën. Deze angst groeide van gewoon 'vies
aangelegd zijn' uit tot een leven van afgesloten deuren en
ramen,verduisterde kamers en 'isolatie' door middel van papieren
handdoeken en zakdoeken. Zijn assistenten brachten hem documenten
of voedsel in speciale papieren omhulsels om te voorkomen dat ze
iets aanraakten dat misschien ook door Hughes zou worden
aangeraakt.
Eten en bezoeken aan het toilet namen dagelijks vele uren beslag.
Hoe tegenstrijdig het ook klinkt,Hughes werd tegen het einde van
zijn leven een vieze,onverzorgde figuur met ongewassen,klitterige
haren,een verwaarloosde baard en nagels aan vingers en tenen die
door hun ongehoorde lengte omkrulden en ingroeiden. Hij liep
naakt rond,of droeg hoogstens een onderbroek. Naar alle
waarschijnlijkheid waren de rituelen van baden en
lichaamsverzorging in Hughes' geval zo veelomvattend geworden,dat
hij uiteindelijk zelfs niet meer in staat was tot de meest
elementaire handelingen van zelfverzorging.
Deze afschuwelijke ziekte komt niet alleen voor bij
intellectuelen,welgestelden of society-types. Mijn
patiënten leveren dagelijks,zelfs van uur toto
uur,uitputtende gevechten met bacteriën.
Ze eindigen zelden zo verwaarloosd als Hughes omdat ze zich -
gelukkig voor hen - noch de luxe noch de koestering van deze
rituelen kunnen veroorloven in de mate waarin Hughes dat kon.Maar
de paradox blijft bestaan. Hun handen en armen zijn rood,soms
zelfs tot bloedens toe,van de onophoudelijke wasbeurten.Hun
bureaus en laden zijn nutteloos geordend als gevolg van
gedragsregels die zijn gebaseerd op een of ander steriel,abstract
gevoel voor ordelijkheid.Bij ernstige vormen van OCD worden deze
gewoonten wanstaltige karikaturen en vervormingen van zinnig
alledaags gedrag. Het pijnlijkste aspect is misschien wel dat
mijn patiënten beseffen hoe absurd en zinloos de denkbeelden
zijn die hun levens verteren.De meeste psychiaters bedienen zich
niet van het woord 'krankzinnig',maar zo moet je er wel over
praten met lijders aan dwangneurosen. Juist omdat ze in ieder
ander opzicht redelijk denkende mensen zijn,moet je accepteren en
begrijpen hoezeer ze van streek zijn door het krankzinnige van
dit alles.
De langdurige beleving van obsessies en/of dwangneurosen
is wat in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental
Disorder (DSM III),derde druk,van het Amerikaanse Psychiatrisch
Genootschap Obsessive-Compulsive Disorder (obsessieve-compulsieve
stoornis) wordt genoemd.Het verschijnsel is ook wel betiteld als
obsessionele neurose.Psychiaters houden zich al meer dan honderd
jaar gefascineerd met deze ziekte bezig,terwijl geestelijken lang
voor die tijd al schreven over deze vorm van overdreven
nauwgezetheid.Kinderen die aan OCD lijden, vertonen precies
dezelfde symptomen als volwassenen.Een kinderpsychiater, iemand
als ik dus,maakt het niet vaak mee dat een geestesstoornis op
jeugdige leeftijd begint.Andere geestesziekten, als
depressiviteit of schizofrenie, openbaren zich in een andere vorm
bij jonge kinderen en komen in ieder geval veel minder vaak voor
bij kinderen dan bij volwassenen.Maar bij OCD is het op iedere
leeftijd gelijk.Ik heb een tweejarig jongetje gezien dat
kringetjes begon te lopen om putdeksels; tien jaar later kon hij
op school niet worden gehandhaafd omdat zijn dwangneurose hem
voorschreef voortdurend o's te tekenen! Het is een mysterie hoe
deze complexe gedragingen zich al in de kinderjaren kunnen
voordoen,maar het wijst erop dat een of andere natuurlijk
gedragsprogramma bij deze ziekte op hol slaat. Het is gewoon
griezelig dat alle jeugdige patiënten dezelfde gewoonten hebben
terwijl ze elkaar nooit hebben gezien of gesproken. Op Swarthmore
heb ik bestudeerd hoe papegaaien nesten bouwen,hoe kraanvogels
dansen,hoe eekhoorns hamsteren.Geen van deze dieren heeft een
leermeester en toch bouwt elke soort een zelfde nest, hamstert
voedsel op dezelfde wijze,enzovoort. Ik moet aan deze dieren
denken wanneer ik te maken krijg met nieuwe jeugdige patiënten
met hun verbijsterende verhalen over nieuwe gedragspatronen die
zich plotseling aan hen opdringen. Ik laat hen met elkaar
kennismaken en dan zijn ze stomverbaasd dat dit ook anderen is
overkomen, dat ze zoveel op elkaar lijken! Maar ik beschrijf hier
geen nieuwe paringsdans van vogels, noch de rituelen van een
geisoleerde primitieve volksstam. Het gaat hier om bange, eenzame
mensen, en het hardvochtige script ontspruit ergens in hun
hersenen.
In de afgelopen honderdvijftig jaar zijn slechts enkele
individuele gevallen van OCD vermeld in de medische
literatuur,maar we weten pas sinds kort van de grote aantallen
adolescenten en volwassenen die eraan lijden... en dit in stilte
doen.
Ik raakte aanvankelijk geinteresseerd in dit probleem bij
kinderen. De meeste andere volwassen psychiatrische patiënten
hadden in hun jeugd niet dezelfde problemen. OCD is anders: bij
vijftig procent van alle volwassen OCD-patiënten begonnen de
steeds terugkerende gedachten(obsessies) of rituelen
(dwanghandelingen) op jeugdige leeftijd. Van de volwassenen met
andere psychiatrische stoornissen had minder dan vijf procent
symptomen die al in hun kinderjaren waren begonnen.
Gezinnen weten vaak niet dat ze een ziek kind hebben. Veel van
mijn volwassen OCD-patiënten vertellen me dat ze hun stoornis in
hun jeugd verzwegen, waardoor ze maanden of jaren leden omdat ze
zich te diep schaamden of niet wilden dat ze door anderen voor
gek werden versleten.Als hoofd van een door de overheid
gesubsidieerde onderzoekskliniek voor kinderpsychiatrie was ik in
staat deze verborgen ziekte te bestuderen voordat er een
effectieve behandeling werd aangedragen en voordat we beseften
dat het om een veel voorkomend probleem ging. Bij het National
Institute of Mental Health begon ik die studie met de gedachte
dat het tien jaar zou vergen om voldoende patiënten te zien om
ook maar een idee te krijgen van de karakteristieke
symptoompatronen, de leefdtijd waarop ze zich manifesteerden en
welke behandelingen effectief waren. Maar juist toen ons project
van start zou gaan,kwamen er plotseling nieuwe gegevens boven
water. Eerste onderzoekingen toonden aan dat OCD in het geheel
niet zeldzaam is, dat het inderdaad een veel voorkomende ziekte
is. Toen werd het al snel duidelijk dat er nieuwe
behandelingsmethoden waren die succes hadden Plotseling werd OCD
de psychiatrische ziekte van de jaren tachtig. We begonnen veel,
heel veel patiënten te onderzoeken.
De herinnering aan Sal,de eerste OCD-patiënt die ik ontving
tijdens het eerste jaar van mijn klinische opleidingsperiode aan
het Massachusetts Mental Health Center in Boston in 1961, staat
me nog helder voor de geest. Sal was een zestigjarige arbeider
van Italiaanse afkomst,een gewaardeerde ploegbaas,een goed
huisvader en een trouw kerkganger. Bij hem was op een gegeven
moment de dwang ontstaan om,thuis of op straat,stukjes afval op
te rapen en te hamsteren.Zijn huis raakte vol met zakken
afval,opgestapeld in de gangen en op de meubels.De tranen van
zijn vrouw en haar dreigementen om te vertrekken hadden geen
resultaat.In een paar maanden tijd was Sals drang zo
onweerstaanbaar geworden dat hij zelfs het kleinste stukje papier
niet kon laten liggen.Het verzamelen van afval nam dagelijks
steeds meer uren in beslag en tenslotte had hij geen tijd meer
over voor zijn werk.Ziekenhuisopname in de jaren veertig had
geleid tot lobotomie,een operatieve ingreep die nu nog zelden
wordt toegepast,waarbij de verbindingen tussen de frontale
hersenkwabben en dieper gelegen delen van de hersenen worden
doorgesneden.Na de operatie was Sal genezen... tot op zekere
hoogte.
'Ziet u wel?' liet Sal me trots weten.'Nu kan ik die papiertjes
zomaar voorbijlopen.Ze trekken misschien iets meer mijn aandacht
dan ze dat bij u zouden doen,maar ik word niet meer gedwongen
ze op te rapen.'
Door zijn postlobotomiesyndroom echter kon Sal het ziekenhuis
nooit meer verlaten.De operatie was 'geslaagd', want de symptomen
van Sals dwangneurose waren aanzienlijk afgenomen,maar zoals dat
in die tijd vaak gebeurde bij een frontale lobotomie,had de
ingreep jammer genoeg veranderingen in zijn
persoonlijkheidsstructuur veroorzaakt.Hoewel Sals ziekte was
genezen,maakte de behandeling hem voor altijd sociaal
gestoord.Hij ontwikkelde het ongepast dwaze gedrag dat regelmatig
het gevolg was van lobotomieoperaties in de beginjaren van hun
toepassing:hij kon niet van onbekende jonge vrouwen afblijven en
urineerde in het openbaar.
Ik werd achtervolgd door het absurde van Sals ziektesymptomen,
dat in zijn relaas duidelijk naar voren kwam en waardoor zijn
normale leven was verwoest, en door het feit dat die symptomen
plotseling en volledig waren geëlimineerd door een operatieve
ingreep.Hij had zo'n goed gezinsleven opgebouwd, en zoveel succes
in zijn werk.En hij was zo trots geweest op alles wat hij had
bereikt.Tot hij,zonder enige aanleiding,werd gedwongen afval
op te rapen.Deze kwaal was eenvoudig niet te vergelijken met
andere psychiatrische stoornissen.Ze bleek los te staan van de
menselijke levensstructuur,alsof er plotseling een of andere
oorzaak van buitenaf opdook en de ziekte opwekte,een oorzaak die
even plotseling weer kon verdwijnen.