Na 1,5 jaar school en 1 jaar stage krijg je te horen dat je als eindwerkstuk een scriptie moet schrijven. Een scriptie denk je dan, wat is dat? En na de uitleg
denk je: Help! Maar algauw schieten er situatie uit je stageperiodes door je gedachten heen, op een gegeven moment weet je zelfs niet meer wat te kiezen.
Het onderwerp “Dwangstoornis: Hoe en wat?” bestaat uit twee vragen n.l. : “wat is een dwangstoornis?” en “hoe heb ik er in mijn stage mee te maken gehad”. Met deze twee vragen wil ik proberen de hoofdvraag op te lossen. De hoofdvraag luidt ”Heeft Henk een dwangstoornis?”. Henk is een fictieve naam voor een persoon tijdens mijn tweede stage die dwangmatig gedrag vertoond. Het dwangmatige gedrag dat Henk vertoond was voor mij de aanleiding om mijn scriptie te schrijven over een dwangstoornis. En daarbij is een dwangstoornis voor de meeste mensen ook een geheel onbekende stoornis. Voor mijzelf was het ook niet bekent.
Op de vraag “wat is een dwangstoornis” heb ik weergegeven in de eerste 6 hoofdstukken. De tweede vraag “hoe heb ermee te maken gehad” vindt u bij de hoofdstukken die gaan over mijn stage.
Bepaalde delen van de teksten staan cursief weergegeven, het gaat dan om voorbeelden. Woorden waarvan u de betekenis niet kent kunt u vinden in de woordenlijst achterin.
Vele mensen ben ik dankbaar voor hun hulp, op de eerste plaats is dat mijn moeder die heel wat spanningen heeft mogen doorstaan. Ook fysiotherapeut dhr. M.van Dijk, de makers van ocdvriendenkring, mevr. J. Schoonen en dhr. E. Ruiter ben ik dankbaar voor hun hulp.
Bij het horen van het woord “dwangstoornis” zal er bij vele mensen een vraagteken verschijnen, enkele mensen zullen waarschijnlijk een persoon voor zich zien die maar blijft schoonmaken.
Een dwangstoornis bestaat uit twee belangrijke kenmerken:
1. Dwanghandelingen: steeds terugkerende en schijnbaar zinvolle handelingen die volgens bepaalde regels en op telkens een zelfde wijze worden verricht.
2. Dwanggedachten: steeds terugkerende ideeën, gedachten of beelden die als zinloos en niet gewild worden beleefd.
Voor de woorden dwanghandelingen en dwanggedachten wordt tegenwoordig ook wel compulsief en obsessie gebruikt. Een dwangstoornis wordt dan ook wel Obsessief- Compulsieve Stoornis (OCS) genoemd.
Iedereen heeft weleens momenten dat hij vier keer gaat kijken of het gas wel uit is of dat de deur inderdaad wel op slot is. En de een zal goed nadenken en tot de conclusie komen dat het gas inderdaad uit is en dat de deur op slot is. De ander gaat terug omdat hij het niet meer zeker weet.
Bij kinderen zie je vaak dat ze niet op kapotte stoeptegels gaan staan want als ze het wel doen brengt het ongeluk, net zo als het alleen op de witte strepen van een zebrapad mogen lopen. Maar waar ligt nu de grens tussen het normale en het hebben van een dwangstoornis.
De overgang tussen het normale en een dwangstoornis.
De overgang van het normale naar het hebben van een dwangstoornis gaat heel geleidelijk en hoeft voor de buitenwereld (zelfs familie) niet eens merkbaar te zijn. Het is vaak niet merkbaar omdat je de veranderingen heel begrijpelijk vindt.
Eerst mocht je thuis met je schoenen binnen lopen maar je moeder wilt het niet meer hebben want je neemt alle viezigheid van buiten mee naar binnen. Een tijdje later moet iedereen die binnen komt eerst zijn handen wassen voordat ze de woonkamer in mogen. Je vindt het wat vreemd maar toch was je je handen voordat je verder gaat. Elke keer als je moeder weer wat anders wilt wordt het gedaan want dan blijft je moeder tevreden maar ondertussen kan het zijn dat je moeder een schoonmaakdwang heeft ontwikkeld waar je pas veel later achter komt.
Om vast te stellen of iemand lijdt aan een dwangstoornis is lastig (zie verder in de scriptie). Wel staat vast dat als iemand een dwangstoornis heeft hij aan de volgende eisen moet voldoen:
1. Er moet sprake zijn van dwanggedachten of dwanghandelingen;
2. De dwanggedachten en dwanghandelingen moeten een bron van ellende vormen voor de persoon of houden een goed functioneren tegen;
3. De dwanggedachten of dwanghandelingen mogen niet het gevolg zijn van een andere psychiatrische stoornis zoal het syndroom van Gilles de la Tourette, schizofrenie of een depressie.
Een dwangmatig karakter
Sommige mensen zijn vanuit zichzelf heel precies en alles moet er heel goed uitzien. Boeken moeten recht op de plank staan en de stoelen netjes tegen de tafel aan, elke keer als het scheef ligt of niet recht staat wordt het weer goed gelegd of gezet. Het lastige voor deze mensen is, dat ze niet zomaar dat boek neer kunnen leggen terwijl ze eigenlijk geen tijd hebben om het recht te leggen. Zomaar spontaan iets doen is er niet bij want het moet eerst goed geregeld zijn. Voor vele is dat dwangmatige in hun karakter niet lastig (soms alleen maar handig, je zult je spullen nooit kwijt raken want alles heeft een vaste plaats) maar voor sommige kan het grote problemen geven.
Iemand met een dwangmatig karakter kan op momenten dat hij onder druk staat nog dwangmatiger worden. Op die momenten is de kans groot dat er een dwangstoornis wordt ontwikkeld. Ook deze ontwikkeling loopt heel geleidelijk. Mocht er een overgang zijn van een dwangmatig karakter naar een dwangstoornis en kan die persoon niet meer op een normale manier sociaal functioneren, dan spreekt men van Obsessief-Compulsieve persoonlijkheidsstoornis.
Verschillende vormen
Een dwangstoornis kent veel verschillende vormen van dwang, te denken valt aan: schoonmaakdwang, wasdwang, controle dwang, dwangmatig tellen, dwangmatige traagheid, vraagdwang. Ook zie je vaak combinaties van verschillende soorten dwang.
De dwangstoornis valt onder de categorie “angststoornissen”, dit omdat bij welke vorm van dwang dan ook de angst centraal staat.
Iemand met een wasdwang moet 10 keer haar handen wassen voordat zij de was uit de wasmachine mag halen, anders maakt ze de schone was weer vies met het vuil dat aan haar handen is blijven zitten en moet ze de was weer opnieuw wassen.
2. Wat is een angststoornis?
Angst is iets dat iedereen wel kent. Het is zelf gezond/goed om angst te kennen, angstig zijn geeft vaak aan dat er iets niet in orde is. Angst behoort net als blijdschap en verdriet tot de menselijke emoties die je niet moet onderdrukken, als je blij mag zijn mag je ook angstig zijn. Echter bij sommige mensen gaat die angst zover dat het sociaal functioneren wordt belemmerd en dat er hulp moet worden gezocht.
Een angststoornis kunnen we in 8 verschillende vormen onderscheiden:
1. Paniekstoornis;
2. Straat- of pleinvrees;
3. Dwangstoornis;
4. Angststoornis ontstaan na een ingrijpende, vaak levensbedreigende gebeurtenis;
5. Fobie voor contact met andere mensen;
6. Fobie voor een bepaald dier, voorwerp of specifieke situaties;
7. Gegeneraliseerde angststoornis (niet specifiek gericht op iets);
8. Niet anders omschreven angststoornis.
Meer informatie over “angststoornissen” vindt u bij:
Spreekuur thuis ‘angsten en fobieën’
J.P.C.M. Hoevenaars
Voor een schematische onderverdeling van de angststoornis en de dwangstoornis, klik hier.
| 1. Denkt het gas aan te hebben gelaten | |
| 4. Angst verdwijnt, opluchting | 2. Angst bekruipt je |
| 3. Geeft toe aan de angst | |